Scheepvaart verplicht aan walstroom

Binnen de Europese Unie geldt vanaf 2030 een verplichting om walstroom af te nemen. De EU eist ook dat de scheepvaart vanaf 2025 de uitstoot van broeikasgassen geleidelijk terugdringt door het gebruik van alternatieve brandstoffen. De nieuwe regels en limieten gelden voor alle scheepvaart, inclusief cruiseschepen.

De nieuwe regelgeving bevat twee kernpunten: de behoefte aan walstroom en de geleidelijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de scheepvaart. Hieronder vallen ook reizen van buiten de EU en van de EU naar andere havens, of beter gezegd de EU en EER. Dit omvat ook Groenland, Noorwegen, de Azoren, de Canarische Eilanden en Madeira, evenals de eilanden Guadeloupe, Martinique en Saint Matin, die relevant zijn voor Caribische cruises – wat vervolgens ook gevolgen heeft voor Amerikaanse cruisemaatschappijen.

Momenteel wordt tussen rederijen en havens gewerkt aan de  infrastructuur om schepen ook daadwerkelijk te kunnen voorzien. Tegelijk moeten de rederijen gelijk overstag gaan en schepen bouwen en aanpassen voor walstroom.

In 2019 werden al de Mein Schiff 4 en Mein Schiff 5 het droogdok ingestuurd om aangepast te worden voor een walstroom aansluiting. Tijdens de bouw werd er al rekening gehouden met een dergelijke installatie.

Het is opmerkelijk dat de EU de ‘well-to-wake’-benadering hanteert ten aanzien van alternatieve brandstoffen, die steeds vaker moeten worden gebruikt om aan de regelgeving te voldoen. Het zijn dus niet alleen de emissies die rechtstreeks voortvloeien uit de verbranding van brandstof die tellen, maar ook de emissies die ontstaan ​​tijdens de productie en het transport.

Om die reden heeft NCL ook besloten om met de Norwegian Prima geen LNG te gebruiken omdat men voor de productie ongeveer net zo veel uitstoot als men bespaart aan de schoorsteen.

Bij reizen naar of vanuit de EU wordt 50 procent van de route gebruikt als maatstaf voor het berekenen van de uitstoot van broeikasgassen.
Reclame

Het zogenaamde ‘FuelEU Maritime’-initiatief werd in juli 2021 door de Europese Commissie geïntroduceerd, besproken in het EU-Parlement en meest recentelijk aanvaard door de Raad van de Europese Unie. De nieuwe regelgeving zal in werking treden na de formele aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie, die nog in behandeling is. Het initiatief maakt deel uit van het programma ‘2030 Climate and Energy Fit for 55’, waarbij ‘55’ staat voor het doel om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.

Vanaf 2030 zal de EU eisen dat alle vracht- en cruiseschepen walstroom afnemen in havens van het Trans-Europese Transportnetwerk (TEN-T), en vanaf 2035 voor oude andere EU/EER-havens.

Tegen 2030 zal het “TEN-T”-netwerk al bijna 90 havens omvatten, waaronder veel grotere cruisehavens van Hamburg, Kiel, Bremerhaven, Amsterdam, Rotterdam en Kopenhagen tot Rome, Napels, Livorno, Palma de Mallorca en Barcelona.

Uitzonderingen op de walstroomplicht gelden in havens die geen walstroom aanbieden of technisch geen walstroom aanbieden, evenals voor schepen met ‘zero-emission technologie’. In deze zin zijn emissievrije schepen, schepen met een technologie die niet leidt tot de uitstoot van kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), zwaveloxiden (SOx), stikstofoxiden (NOx) of fijnstof. materie (PM) bij het opwekken van energie.

De EU definieert momenteel ‘zero-emissies’ als wind- of zonne-energie, brandstofcellen en batterijen, hoewel het enige belangrijke voor batterijen is dat er geen uitstoot is in de haven. Wel kunnen de accu’s op zee vooraf worden opgeladen, bijvoorbeeld met behulp van de generatoren aan boord van de schepen.

Stimuleren van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen
Het aanzienlijk complexere doel van het ‘FuelEU Maritime’-initiatief is het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in de scheepvaart.

De EU definieert het basisdoel als “het vergroten van het aandeel hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de brandstofmix van de internationale scheepvaart zonder obstakels te creëren voor de interne markt.”

Door de broeikasgasintensiteit van de energie die aan boord van een schip wordt gebruikt te beperken, moet het gebruik van duurzame scheepsbrandstoffen en emissievrije technologieën worden bevorderd: biobrandstoffen, biogas, energie uit gerecyclede fossiele brandstoffen en – met bijzondere aandacht – zogenaamde RFNBO’s “hernieuwbare vloeibare en gasvormige brandstoffen van niet-biologische oorsprong”, d.w.z. hernieuwbare vloeibare of gasvormige brandstoffen van niet-biologische oorsprong, of simpel gezegd: synthetische brandstoffen.

Omdat de EU deze RFNBO’s vooral wil promoten, krijgen zij eind 2033 een voorkeursbehandeling bij de berekening van de energie-intensiteit: de besparingen als gevolg van het gebruik van deze brandstoffen zullen dan verdubbeld zijn. Hiermee moet een prikkel worden gecreëerd om zo snel mogelijk nieuwe infrastructuur en productiecapaciteit voor synthetische brandstoffen te bouwen, omdat het gebruik ervan bijzonder aantrekkelijk is voor rederijen.

Interessant: de EU sorteert bijvoorbeeld biobrandstoffen die worden geproduceerd door gerichte teelt van biomassa uit het systeem en beoordeelt deze even slecht als fossiele brandstoffen. Het gebruik van dergelijke brandstoffen helpt rederijen niet om de grenswaarden te halen, waardoor hun productie onaantrekkelijk wordt voor aanbieders.

Concrete richtlijnen voor verminderde uitstoot van broeikasgassen
De EU stelt concrete bovengrenzen voor de jaarlijkse gemiddelde broeikasgasintensiteit van de brandstoffen die op een schip worden gebruikt opgelost. De berekeningen zijn een beetje ingewikkeld, maar de regelgeving heeft betrekking op de broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O).

Als basis wordt het gemiddelde voor de scheepvaart in 2020 genomen: volgens de EU is dit 91,16 gram CO2-equivalenten per megajoule. Hierop zijn de volgende verplichte kortingspercentages gebaseerd:

2 procent vanaf 2025
6 procent vanaf 2030

14,5 procent vanaf 2035
31 procent vanaf 2040
62 procent ten opzichte van 2045
80 procent vanaf 2050
Idealiter zouden er op termijn verbeteringen moeten optreden, omdat het daadwerkelijke doel van klimaatneutraliteit in uiterlijk 2050 nog niet zal worden bereikt.

Tegelijkertijd wil de EU ook “de vlotte doorstroming van het zeevervoer garanderen, rechtszekerheid creëren voor de introductie van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen en duurzame technologieën en verstoringen op de interne markt voorkomen.”

De verwachting is dat de nu gedefinieerde emissiedoelstellingen voor cruises aanzienlijk eerder zullen worden bereikt, in ieder geval voor nieuwe gebouwen. Sommige rederijen hebben zich al gecommitteerd aan de doelstelling om in 2030 het eerste klimaatneutrale cruiseschip in de vaart te hebben. Er zijn al benaderingen zichtbaar, bijvoorbeeld met brandstofceltechnologie, die momenteel op de drempel staat om op grotere schaal te worden toegepast.

Eerst kritiek, nu lof van cruisebranchevereniging Clia
In maart bekritiseerde de cruise-industrievereniging Clia de nieuwe regelgeving in een gezamenlijke verklaring met de European Community Shipowners’ Association (ECSA). De twee organisaties klaagden dat de verplichting om alternatieve brandstoffen te gebruiken geen gelijkwaardige verplichting inhoudt om dergelijke brandstoffen te leveren. Zonder bindende doelstellingen aan de aanbodzijde en tegen economisch verantwoorde prijzen kan niet worden gegarandeerd dat de benodigde brandstoffen überhaupt beschikbaar zullen zijn. Zoals de zaken er nu voorstaan, zijn dergelijke brandstoffen vrijwel onbestaande in de scheepvaartsector.

In reactie op een verzoek van cruisetricks.de schrijft de Clia momenteel: “Nadat de regelgeving is aangenomen, verwelkomt de Clia nu uitdrukkelijk het EU-initiatief. De cruisemaatschappijen hebben al geanticipeerd op de vraag van FuelEU Maritime naar het gebruik van walstroom op schepen. Ongeveer 40 procent van de vlootcapaciteit van CLIA kan nu worden aangesloten op walstroom. We verwachten dat de komende vijf jaar ongeveer 75% van onze vlootcapaciteit geschikt zal zijn voor het gebruik van OPS.” En met betrekking tot de broeikasgaslimieten: “CLIA-leden zijn enkele jaren geleden een cursus begonnen om deze richting op te gaan door het bouwen van energiezuinigere schepen, gebruik van nieuwe soorten brandstof en het uitrusten van schepen met walstroom. Kijkend naar de toekomst blijft CLIA zich inzetten voor de langetermijndoelstellingen van de EU.”

bron: https://www.cruisetricks.de/eu-beschliesst-landstrompflicht-in-der-schifffahrt-und-forciert-einsatz-nicht-fossiler-kraftstoffe/

Geef een reactie