9.4.3 MV Werften Stralsund

MV Werften Stralsund (1948-2010: Volkswerft Stralsund, 2010-2014: P + S Shipyards, 2015-2016: Nordic Yards Stralsund) in de Duitse Hanzestad Stralsund is een scheepswerf van de Genting Group.

Het bedrijf werd opgericht in 1948 en droeg in grote mate bij aan de scheepsbouw voor vissers in de Duitse Democratische Republiek (DDR). Na 1990 specialiseerde de scheepswerf zich aanvankelijk in de bouw van containerschepen en offshore-leveranciers. Sinds 2005 zijn op de Stralsunder Volkswerft de tweede grootste containerschepen gebouwd in Duitsland met een capaciteit van ongeveer 4200 TEU (standaardcontainers) gebouwd. In 2009 veranderde de scheepswerf zijn oriëntatie op speciale scheepsbouw; Vanaf juni 2014 werden ook onderdelen voor offshore windturbines vervaardigd. Sinds maart 2016 is de scheepswerf eigendom van het Maleis-Chinese bedrijf Genting Hong Kong, dat cruiseschepen en onderdelen voor cruiseschepen bouwt.
Eind april 1945 werden op de scheepswerf Stralsunder Kröger schepen gebouwd voor de Duitse marine. Toen het Rode Leger op Stralsund naderde, vluchtten de eigenaren van de scheepswerf, de gebroeders Kröger, naar het westelijke deel van Duitsland, met alle drijvende boten en productiefaciliteiten. In oktober 1945 beval de Sovjet-militaire administratie in Duitsland (SMAD) de inbeslagname en overname van het eigendom van het Duitse Rijk, de NSDAP, oorlogsmisdadigers en actieve nationaal-socialisten met orders nr. 124 en 126. De Sequesterkommission in Stralsund, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeenteraad, de SED, LDPD, CDU en de FDGB, besloot 34 bedrijven in beslag te nemen, waaronder de scheepswerf Kröger, de scheepswerf Dornquast en filialen van Siemens & Halske, Siemens Schuckert en AEG.

Op 9 oktober 1945, de Ingenieurbau Ges.m.b.H. opgericht als opvolger van de voormalige Kröger-scheepswerf; 106 werknemers werkten daar. Met 90% van de aandelen was de stad Stralsund de belangrijkste aandeelhouder. In maart 1946 eisten de onteigende broers Kröger in een brief aan de burgemeester van Stralsund de terugkeer van de scheepswerf met de woorden: “Het herstel van de scheepswerf zal echter alleen mogelijk zijn door echt ervaren en vertrouwd met de plaatselijke scheepsbouwdeskundige.”  De wederopbouw begon, met eerst het puin opruimen en de resterende werffaciliteiten ontmantelen. In mei 1946 had de SMAD de geconfisqueerde bedrijven overgedragen aan de provincies en provincies voor zelfbestuur. In dezelfde maand werden de eerste scheepsreparaties uitgevoerd op de scheepswerf en in september 1946 werd begonnen met de bouw van de eerste Fischkutters. In maart 1948 werd het besluit om u te onteigenen. a. De Kröger-scheepswerf op basis van “Wet nr. 4 om de vrede te verzekeren door operaties van de fascistische oorlogsmisdadigers in handen van het volk over te dragen”, hun rechtskracht, de operatie werd uiteindelijk overgedragen aan publiek eigendom. 1947 kwam bijeen op het terrein van de scheepswerf, de plaatsvervangend chef van SMAD, leger-generaal Vasily Ivanovich Chuikov en de vertegenwoordiger van de “Duitse Economische Commissie” Fritz Selbmann. Ze onderzochten ter plaatse de mogelijkheden om een ​​grote scheepswerf te bouwen. Nog steeds onder de naam Ingenieurbau Ges.m.b.H. Op 25 april 1948 werd het eerste vissersvaartuig afgeleverd, hier werkten meer dan 1000 werknemers. Op 7 juni 1948 beval de SMAD in opdracht 103 om een ​​scheepswerf in Stralsund te bouwen, die op 15 juni 1948 als een staatsbedrijf VEB Volkswerft Stralsund in het handelsregister en op 1 juli 1948 de Vereniging Volkseigener scheepswerven (VVW) registreerde werd aangenomen.

Op 1 juli 1948 werd een trainingsworkshop gebouwd, waaruit op 17 oktober 1949 de Lehrkombinat de scheepswerf werd gecreëerd. Zo was de opleiding van de broodnodige nieuwe generatie bijna volledig op de scheepswerf zelf; In 1949 waren in totaal 4420 werknemers werkzaam, hoewel van de 727 werknemers in de scheepsbouw slechts 39 opgeleide scheepsbouwers waren. Op 27 september 1948 werd BSG Motor Stralsund opgericht. In dezelfde maand werd een door FDJ en FDGB georganiseerde jeugdactivistenconferentie gehouden met 100 jongeren die hogere prestaties eisten om het tweedjarenplan te realiseren. Dit plan omvatte de ontwikkeling van moerassig terrein als bouwgrond voor de nieuwe fabrieksgebouwen, waarvoor meer dan 8.000 palen moesten worden geramd. Op 28 oktober 1948 maakte de metselaar en later ereburger van Stralsund Paul Sack een goed georganiseerde hoogwaardige laag, waarin hij de norm overwon met 2600 metselwerk met 430% ; andere dergelijke lagen van andere metselaars volgden. Als 44 dagen nodig waren om hal II te bouwen, had hal V nog maar 12 dagen over. De “activistische beweging” werd gelanceerd.

Op 7 november 1949, vier weken voor het bezoek van de president van de DDR, Wilhelm Pieck, rende de eerste houthakker met de naam “Oktoberrevolutie” uit de stapel. In plaats van het klinkproces werd voor het eerst het volledige lasproces gebruikt. De constructie van de logger kostte steeds minder tijd: de Logger 401 vereiste 212.247 uur, de Logger 403 159.337 en de Logger 406 94.268 uur. Naar de III. Partijcongres van de SED in juli 1950, de uitvoering van het tweejarenplan met de voltooiing van de logger 424 werd gerapporteerd als “schip van de partij”. Aan het begin van het eerste vijfjarenplan riepen de Stralsund-scheepswerfarbeiders de arbeiders van de andere Oost-Duitse scheepswerven op tot de “massaconcurrentie”. Op 13 oktober 1951 vond de lancering van het eerste diepzeevissersvaartuig van de DDR, trawler ROS 201, plaats in aanwezigheid van vice-premier Heinrich Rau. Hij benadrukte in zijn toespraak dat de scheepswerfarbeiders het houthakkersproductieplan met vijf houthakkers hadden overschreden.

Op 2 juli 1952 werd de afdeling Interne geneeskunde “Speranski” (genoemd naar Alexei Speranski) geopend, die zorgde voor de medische zorg van de werknemers van de scheepswerf. Begin 1953 vormden de scheepswerfarbeiders Dittmeier en later de ereburger van Stralsund, Otto Nautsch, de eerste “complexe brigades” voor de uitvoering van het “collectieve activistische werk“. Een “plan voor het meest economische gebruik van materialen” voorzag in de besparing van kolen, cokes, plaatmetaal, ijzer en olie ter waarde van 700.000 mark. Op 18 juni 1953 waren er stakingen op de scheepswerf, die snel werden beëindigd zoals overal in de DDR binnen de populaire opstand van 1953 door de staatsmacht. Als gevolg hiervan werden plannen verlaagd, maar werden ook gevechtsgroepen opgebouwd; tot eind 1953 telde de Kampfgruppe Volkswerft al 60 leden.

Het Vierde Partijcongres van de SED in maart / april 1954 bracht het besluit in 1954 om ook massaproducten te produceren voor een miljard mark. De Volkswerft produceerde verzinkte pannen, emmers en reserveonderdelen voor landbouwmachines. Om de gespannen woonsituatie te verbeteren (veel huizen waren verwoest tijdens de bombardement op Stralsund op 6 oktober 1944) werd op 8 juni 1954 opgericht, de Workers ‘Housing Cooperative (AWG) Volkswerft (1996 had deze 3975 appartementen). Op 3 januari 1956, de 80ste verjaardag van Wilhelm Pieck, werd een scheepswerfsleepboot gelanceerd, die door jonge mensen werd gebouwd in 20.000 uur vrijwilligerswerk en opgeslagen materiaal. In hetzelfde jaar meldde de scheepswerfkrant “Unser Werft” dat 450 jonge scheepswerfmedewerkers zich vrijwillig bij het CIP hadden aangesloten. Klaus-Jürgen Baarß, later plaatsvervangend hoofd van de luchtmacht van de DDR, leerde aan de Volkswerft Stahlschiffbauer; hij was een van die mannen.

De Volkswerft ontwikkelde zich vanaf 1954 tot een van de grootste exportbedrijven in de DDR; speciaal voor de Sovjet-Unie werden schepen geproduceerd. Van 1949 tot 1958 werden 594 Logger gebouwd. De eerste zijtrawler werd op 17 mei 1952 overgedragen aan de Fischkombinat Rostock. Na 1954 was de buitenlandse handel van de DDR vooral gericht op de Sovjetunie, de Volkswerft gepresenteerd in mei 1956 voor het eerst in de westerse buitenlandse landen op de Visserijbeurs in Kopenhagen. Hier werd ook de 350e logger uitgegeven; IJsland bestelde 12 Loggers, waarvan de eerste, een zijvanger met Walback, op 31 oktober 1957 werd geëxporteerd naar IJsland. Op 16 juni 1956 werd de eerste van twintig stalen kotters voor de diepzeevloot van de DDR met een totale lengte van 26,5 meter gelanceerd. De eerste middelgrote trawler was op 9 augustus 1957 in aanwezigheid van de eerste vice-minister van de USSR Anastas Ivanovich Mikoyan en de voorzitter van de ministerraad van de DDR Otto Grotewohl bij de Sovjet-Unie is geslaagd. Het vormde het begin van een 172 uitgebreide massaproductie, die tot 1960 het grootste deel van het Volkswerft-programma vormde en waarvan 171 werden overgedragen aan de Sovjet-vissersvloot. Dankzij dit belangrijke contract behaalde de stad Stralsund de tweede plaats in het exportvolume in 13 districten van het Oostzeegebied, 32,4% van de exportproductie (282 miljoen mark) produceerde de Volkswerft.


Als onderdeel van het nationale bouwproject werd op de scheepswerf een passagiersveerboot gebouwd en op 30 april 1957 gelanceerd. “The Stralsund” werkt sinds augustus 1957 in dienst van de “White Fleet” op de Stralsund. Op 1 januari 1958 werd de voorheen onafhankelijke VEB-scheepsbouw- en reparatiewerf Stralsund de Volkswerft toegevoegd als scheepsreparatiegebied. Na het vijfde congres van de SED, waar de scheepswerf de opdracht kreeg om grotere schepen voor de toekomst te bouwen, begonnen de planningswerkzaamheden voor het type “Tropik”. Voor de Sovjet-vissersvloot werd in september 1960 de eerste staartvanger van het type op kiel gelegd. Het schip was nog steeds in staat om de vangst op zee onder dek te verwerken en te bevriezen. De West-Duitse Hallstein-doctrine had echter ook invloed op de Volkswerft; de levering van staal en andere materialen werd vertraagd of gebeurde niet, en veel scheepswerfleden gebruikten de nog open grens met de Bondsrepubliek om te ontsnappen. Binnen de ‘socialistische competitie’ werd daarom gezocht naar nieuwe manieren om het plan te vervullen. Ingenieurs op de scheepswerf zijn erin geslaagd een propeller met variabele spoed te ontwikkelen voor de Tropik-serie, waardoor de productie onafhankelijker werd van de westerse levering. Toch slaagde de scheepswerf er in 1961 niet in om het plan te realiseren.

n mei 1962 werd een automatische stroomleiding op de platen vanuit het stalen magazijn over verschillende stations in Hal VII getransporteerd, in gebruik genomen en op 15 november 1962 een 3.000 -ton Schiffshebe- en verlaging. In hetzelfde jaar was het eerste schip van het type “Tropik” opgeleverd. Op 15 juli 1963 beoordeelde de voorzitter van de Staatsraad van de DDR Walter Ulbricht de geplande economische situatie van de Volkswerft als volgt tijdens de 29e zitting van de Staatsraad: “De Stralsund-scheepswerfarbeiders hebben duidelijk het verband erkend tussen het niveau van hun levensstandaard en de wetenschappelijk-technische hoogstand. Tegenwoordig hebben ze een achterstand in vergelijking met de vergelijkbare West-Duitse Rickmers-werf, wat zich uit in 20 procent hogere productiekosten. Ze zijn vastbesloten hun achterstand in te halen en weten hoe ze dat moeten doen. ” 61% van het eindproduct, in dit geval de schepen van het type” Tropik “, werd geleverd door de toeleveringsindustrie. Daarom lanceerde de Volkswerft in augustus 1963 een “complexe concurrentie” met de leveranciers, waaronder de VEB Kühlautomat Berlin, om de buitensporige inspanningen in de productie van de schepen te elimineren, die ook werd bereikt; de kosten van het “Tropik” 7031-schip werden voor het eerst met 20% verlaagd en met 10% voor het “Tropik” 7044-schip. De constructie is verkort van 310 dagen op het schip 7014 tot 161 dagen op het schip 7056. Voor de Volkswerft ontving op 6 oktober 1964 de banier van het werk. Met een industriële productie van 416 miljoen mark, genereerde de scheepswerf dit jaar 76,5% van de totale industriële productie van Stralsund. De stad lag in de wijk Rostock met 41,1% van het exportvolume dankzij de scheepswerf in de eerste plaats.

Een nieuw type schip genaamd “Atlantic” plaatste de Volkswerft op 22 juni 1965 op Kiel. Op 7 november 1966 werd de laatste van 86 schepen van het type “Tropik” overgedragen, op 24 april 1967 werd het eerste scheepstype “Atlantic” overgedragen aan de Sovjet-Unie, voor de 360.000 manuren die werden besteed. De Volkswerft had, zoals de Sovjet-minister van Buitenlandse Handel Nikolai Patolitschew op 17 maart 1967 opmerkte tijdens een bezoek aan de scheepswerf, het grootste exportaandeel van alle DDR-ondernemingen in de USSR. In november 1967 werd het 1000e schip op de Volkswerft voltooid met het schip “Atlantik” 7120.

Een andere onderneming werd op 1 januari 1968 verbonden met de “machine- en apparatenbouw Stralsund“. In hetzelfde jaar werd het dispatchercentrum gestroomlijnd, werd het computersysteem “Robotron 300” geïnstalleerd en werden een automatisch gecontroleerde stroomlijn voor profielproductie en een complexe galvanisatiewerkplaats in de buisbouw geïntroduceerd. Op 1 januari 1971 werden de bedrijven “visverwerking Trassenheide”, “boot- en reparatiewerf Greifswald” en “metaalverwerking Greifswald” opgenomen in de Volkswerft en op 30 januari 1971 de eerste steen gelegd voor de grootschalige bouwhal; Deze 32 meter hoge, 148 meter lange en 78 meter brede assemblagehal werd in 1973 voltooid en maakte een weerbestendige installatie mogelijk. Nadat in 1970 de laatste van 107 schepen van het type “Atlantic” werd overgedragen, vond op 16 maart 1971 de kiellegging van het eerste schip van het type “Atlantic supertrawler” plaats. Afbeeldingsresultaat voor FDGB Fritz Heckert schiffHet voormalige toeristenschip van de FDGB Fritz Heckert diende vanaf 1972 in de haven van Stralsund de huisvesting van extra aangeworven scheepswerfarbeiders. In hetzelfde jaar werden 17 schepen van het type “Atlantic”, een van het type “Atlantik Supertrawler” en zes onderzoeksschepen op de scheepswerf vervaardigd. Op 22 juni 1973 werden de nieuwe productiehallen IX en X overgenomen. Begin februari 1974 ontving de Volkswerft de Patriotic Order of Merit in goud. Voor het 30-jarig jubileum kon de scheepswerf 1238 schepen en hier gefabriceerde boten identificeren, waaronder 1198 vissersvaartuigen, waarvan 1108 onder de Sovjetvlag voer.

Op 1 januari 1979 was de Volkswerft ondergeschikt aan de Combine Shipbuilding Rostock. Op 22 december 1980 werd de eerste vriestrawl van het type “Atlantik-333” op kiel gelegd, die op 2 januari 1981 werd overgedragen. In 1985 werd voor het eerst een lasrobot gebruikt. In hetzelfde jaar werd de Volkswerft Stralsund geleid door de Londenaar Lloyd als nummer één in de wereld met de bouw van vissersschepen.

Met de ommekeer en vreedzame revolutie in de DDR in 1990 brak de afzetmarkt in het “Oosten” volledig. De Volkswerft moet na de laatste intergouvernementele overeenkomst van de DDR en de Sovjetunie van 24 januari 1990 tot 1995 45 trawlers produceren voor de Sovjetunie. Op 1 juni 1990 werd de Volkswerft omgezet in een GmbH, een dochteronderneming van de Duitse engineering en scheepsbouw AG in Rostock, volledig in handen van de Treuhandanstalt. In 1991 registreerde de klant de zeven voltooide fabriekstekeningen zijn insolventie; Er is besloten tot een productiestop voor de aan Rusland te leveren schepen. Tegen 1994 zullen drie passagiersvrachtschepen (MS Kong Harald, MS Richard With, MS Nordlys) worden overgedragen aan de Noor Hurtigruten.

Afbeeldingsresultaat voor MS Kong Harald

1993 zag de eerste privatisering van Volkswerft onder leiding van de Bremer-vulkaangroep. Op 21 februari 1996 diende de Vulkan Group faillissement in. Als gevolg hiervan werd bekend dat miljoenen dollars aan subsidies die waren gereserveerd voor de Oost-Duitse activiteiten van de Vulkan-groep op een ongepaste manier naar de West-Duitse activiteiten van de Vulkan-groep waren omgeleid. De scheepswerf werd afgesplitst in de Oostzee-holding, waarvan de hoofdaandeelhouder de BvS was. Op 5 juli 1997 werd de nieuwe scheepsbouwassemblage officieel in gebruik genomen: op een hoogte van 74 meter, een lengte van 300 meter en een breedte van 108 meter was het destijds de grootste scheepsbouwhal ter wereld. Tegelijkertijd werd de nieuwe scheepslift overgedragen, die tegelijkertijd met een capaciteit van 21.735 ton verreweg de grootste ter wereld is. In 1997 werd met de Michaela S. een containerschip van het standaardtype Flender FW 2500, ontwikkeld door de Bremer-vulkaan van Flender Werft AG, Lübeck (voorheen Flender-Werke), voor het eerst gebouwd op de Volkswerft. Het type CV 2500 is, gedeeltelijk in een verder ontwikkelde versie, het meest gebouwde scheepstype van de werf sinds 1997.

Op 31 januari 1998 werd de scheepswerf voor de tweede keer geprivatiseerd. Het Deense bedrijf A. P. Møller-Mærsk nam het meerderheidsbelang over voor 25 miljoen DM. Op 23 september 1999 ontving Volkswerft de “European Structural Steel Award” voor het ontwerp van de scheepsbouwhal. In juni 2004 verliet het 1600e nieuwe gebouw de scheepswerf in Stralsund. In april 2005 werd de bestaande scheepslift met 40 meter uitgebreid tot 275 meter. De lift was dus in staat om zelfs 4.000 TEU containerschepen van de Panamax-klasse, die nu in de scheepswerf werden vervaardigd, tot elf meter diep te laten zakken. De uitbreiding van de fabriek kostte ongeveer tien miljoen euro. Deze plant is uniek in de wereld. De nieuwe gebouwen werden gebouwd in de scheepsbouwhal op de begane grond, vervolgens uit de hal getrokken en op de scheepslift gerold en in het water neergelaten. Vanwege orders van de rederij Maersk Sealand werd het gebruik van de scheepswerf tot 2008 gewaarborgd.

Afbeeldingsresultaat voor Maersk Sealand

In 2003, drie containerschepen van de Olga Maersk-klasse met een capaciteit van 3028 TEU en een lengte ü.a. gebouwd door 237 meter. Dit waren de grootste schepen ooit gebouwd op de Volkswerft. In 2004 en 2005 werden nog zes schepen van het type 2500 TEU gebouwd. Deze capaciteit werd overtroffen door zeven schepen met ruimte voor meer dan 3.000 TEU, waarvan de eerste op 19 augustus 2005 werd gelegd. De schepen waren 293 meter lang en 33 meter breed en bestemd voor de A. P. Møller Mærsk Group. Het gebruik van de scheepswerf was dus tot eind 2007 gewaarborgd. Voorwaarde voor de constructie was het baggeren van de Stralsund oostelijke aandrijving van de Strelasund tot 7,5 meter; 16 miljoen euro kostte het baggeren van de 50 kilometer zee. Unladen heeft een 3000 TEU containervrachtschip en nog steeds ongeveer een meter water onder de kiel, wanneer hij de Strelasund passeert. Vanwege de sterk gestegen staalprijzen genereerde Volkswerft in 2006 en 2007 een dubbele daling van miljoen euro.

Aangezien er geen glijdende clausule was overeengekomen voor de bestelde schepen, waardoor de scheepswerf prijsstijgingen had kunnen overdragen naar de aankoopprijs, maar de kosten voor de productie van een containerschip waren gestegen van 35 miljoen in 2004 tot 50-55 miljoen euro, waren de verliezen anders betrapt worden. De kerstbonus voor de werknemers werd bijvoorbeeld opgeschort en een week van 40 uur werd overeengekomen. In de zomer van 2005 werd gestart met een nieuwe serie van zeven 4200 TEU Panamax-containerschepen, in de herfst van 2005 werd de eerste op de kiel gelegd. De eerste van zeven van dergelijke 293 meter lange vrachtschepen werd op 19 februari 2006 uit de scheepsbouwloods getrokken en gelanceerd. In mei 2006 werd het opgeleverd als Maersk Boston als het grootste containerschip dat in Duitsland werd gebouwd. Uitgerust met een 12-cilinder Sulzer diesel met 93.400 pk, haalt het een servicesnelheid van 29,2 knopen, waarmee het het snelste containerschip ter wereld is. Het opereert onder de Britse vlag en wordt gebruikt in de trans-Pacific dienst.

Afbeeldingsresultaat voor Maersk Boston

In december 2006 keurde de EU-Commissie staatssteun aan de scheepswerf goed voor een bedrag van 4,2 miljoen euro. De Volkswerft investeerde inclusief deze fondsen 18,8 miljoen euro in de modernisering.

In 007 veranderde de werf van eigenaar. Volgens de Financial Times Deutschland op 5 juli 2007 bedroeg de aankoopprijs 26 miljoen euro, andere schattingen – afhankelijk van het orderboek – 40 tot 100 miljoen euro. De nieuwe eigenaar, Detlef Hegemann, overwoog een naamswijziging naar “Hanse-Werft”, die door het personeel werd afgewezen. In september werd het opschrift “VOLKSWERFT STRALSUND” vernieuwd op de gevel van de Werfthalle, inclusief het achtervoegsel “d h”, de initialen van Hegemann. Ook een goed zichtbare kubus op een hoogbouwgebouw met het scheepsymbool aan twee kanten, werd aangevuld met de initialen “d h”.

Het laatste schip van de 4200 TEU Panmax-serie werd op 4 november 2007 gelanceerd. Vanaf 2008 werden nog eens 2500 TEU-containerschepen geproduceerd. In mei 2009 had de werf nog vaste orders voor drie containerschepen en vijf Ankerzieherg-bevoorradingsschepen.

Vanwege de afnemende vraag naar containerschepen veranderde de scheepswerf in 2009 van oriëntatie op speciale scheepsbouw. In mei 2009 kondigde ze een contract aan met de rederij Premicon AG voor de bouw van zes riviercruiseschepen, waarvan er drie werden overeengekomen als een vaste bestelling en drie andere als optie.

In juni 2010 werd P + S Werften GmbH opgericht, waarin de Stralsunder Volkswerft en de Wolgaster Peenewerft werden samengevoegd. 93% van de aandelen van de GmbH bezat de trust- en beleggingsmaatschappij HSW, een dochteronderneming van de Cornelius Treuhand GmbH in Frankfurt, de resterende 7% bezat de Hegemann Group.
P + S Werften GmbH heeft in augustus 2012 een faillissement aangevraagd. De werknemers van de scheepswerf ontvingen aanvankelijk een faillissementsuitkering en werden vervolgens overgenomen door een daartoe opgerichte reddingsmaatschappij. Van september 2012 tot januari 2013 rustte het scheepsbouwbedrijf; toen werd de bouw van twee veerboten voor de Deense rederij Det Forenede Dampskibs-Selskab (DFDS) hervat.

Tijdens de insolventieprocedure werd een koper gezocht naar de Volkswerft zelf en naar twee niet-geaccepteerde veerboten (Berlijn en Kopenhagen), die werden vervaardigd in opdracht van de rederij Scandlines. Pas in maart 2014 werden de schepen, die te zwaar waren, aan de oorspronkelijke klant verkocht voor een zesde van de oorspronkelijke aankoopprijs.

De meeste werknemers van de insolvente P + S-Werften GmbH, die waren overgestapt naar de overdrachtmaatschappij, waren werkzaam in Stralsund; Daar werkten ze tot begin 2014 voor het nieuw opgerichte Stralsund-scheepsbouwbedrijf, twee scheepsbouwopdrachten van de P + S-scheepswerven aan de Volkswerft; Van de 1681 werknemers die in november 2012 bij de overplaatsingsmaatschappij zijn toegetreden, hadden 833 begin juli 2013 een baan.  Begin augustus 2013 rapporteerde de Ostsee-Zeitung voor het eerst dat Witalij Yusufov, de Russische eigenaar van de Nordic Yards, belangstelling had getoond voor de overname van Volkswerft. Berthold Brinkmann, benoemd als curator van insolventie, heeft medio augustus 2013 aangekondigd dat hij in gesprek zou zijn met verschillende geïnteresseerde partijen.

Naast de eigenaar van de Nordic Yards was er ook een holding uit Tatarstan in discussie. Brinkmann nam in augustus 2013 aan dat de scheepswerf eind 2013 een nieuwe eigenaar zou hebben. De 750 overgebleven werknemers in het overdrachtsbedrijf werden werkloos op 1 november 2013, aangezien het overdrachtsbedrijf slechts een jaar duurde; ongeveer 200 werknemers waren nog steeds bezig met de voltooiing van twee contracten van de DFDS. Nadat de Russische regering had verklaard dat scheepsbouwopdrachten uitsluitend aan Russische scheepswerven moesten worden gegeven, kreeg Vitaly Yusufov weinig kans om te worden overgenomen; hij was eerder geïnteresseerd in gekwalificeerde werknemers. Aanvragers omvatten ook een staatsbelang uit Tatarstan en een Frans-Duitse consortium.

In januari 2014, kort voor het besluit van de deelstaatregering van Mecklenburg-Vorpommern en het crediteurencomité over de toekomst van de Volkswerft, waren er volgens een rapport van de Baltische krant drie geïnteresseerde partijen op de scheepswerf: de Nordic Yards Group gaf een bod van drie miljoen euro op de Scheepswerf en de twee onafgemaakte veerboten, zonder werkgelegenheidsgarantie voor de werknemers. Als verder vooruitzicht heeft de Hamburgse windkrachtinvesteringsmaatschappij New Global Wind een bod uitgebracht op het onroerend goed van de scheepswerf.

Afbeeldingsresultaat voor Scandlines StralsundDe Deense veerdienst Scandlines bood voor de twee ooit besteld door haar in de orderwaarde van 184 miljoen euro, maar niet geaccepteerd veerboten Berlin en Kopenhagen, 27 miljoen euro, en uiteindelijk won ook het contract.

Maritime Beteiligungsgesellschaft mbH, geregistreerd bij de rechtbank van Stralsund, bood onlangs EUR 62,2 miljoen voor de overname van de scheepswerf en de twee Fährschiffe zou bovendien eerst 450 werknemers hebben en later zelfs 950 medewerkers in dienst nemen; Volgens de curator van de insolventie was de financiering van het bod echter niet voldoende uitgelegd .

Begin 2014 kondigen de curator aan dat er ook technische problemen waren opgelost met de bouw van de twee het beste voor de rederij DFDS. De Baltische krant meldt de plaatsvervanger van Mecklenburg-Vorpommern in plaats van de scheepsbouw op de locatie Stralsund voort te zetten op een nederzetting van de kraanbouwer Liebherr ingesteld, maar de oostelijke wateren opnieuw zou verdiepen en breden. De Russische Noordse werven bewijzen hun aanbod dood een totaal van 6½ miljoen euro.

Op 22 april 2014 rapporteerde de curator dat de inspanningen van noordse werven om Volkswerft te succesvolle succesvolle merchandise. De de lesterregering in Schwerin wat de grootste schuldeiser van Volkswerft voor een verkoop aan de Noordse scheepswerfgroep.

Op 27 mei 2014 wordt het contract voor de overnade van de scheepswerf in Stralsund ondertekend door het Russian bedrijf Nordic Yards. De directeur verklaarde dat in de lus van de herstructurering van de naam Volkswerft wordt vervangen door de naam nordic. De acquisitie door nordic door al plaats op 1 juni 2014. Het aankoopbedrag is in eerste instantie vijf miljoen euro, nordic betaalt nog een miljoen euro pas het overrijden van de winstzone van Volkswerft. Nordic Yards beloofden zich om ad 2014 250 werknemers in dienst tegen 2017, hij zou 500 werknemers moeten zijn de orders van de scheepsbouw en de bouw van offshore windturbines zouden moeten accepteren. De Volkswerft publiceerde in het jaar 2014 opgenomenerde grote order voor de productie van een offshore-installatie voor een Spaans bedrijf niet ontvangen .

Vanaf juli 2014 is op het terrein van de Volkswerft Stralsund een fundering gemaakt voor een drijvende windturbine, waarvan het nieuwe ontwerp moet zijn getest. Voor dit doel is ESG Stainless Steel en Environmental Technology Stralsund GmbH verantwoordelijk als lid van de GICON-groep van bedrijven in Dresden, de “Floating Offshore Foundation” (SOF). Het functiemodel is in 2015 getest door OWF “EnBW Baltic 1” is getest.

In maart 2016 werd de Maleisisch-Chinese rederij Genting Hong Kong de Nordic Yards overgenomen voor een aankoopprijs van 230 miljoen euro, de scheepswerf in Stralsund werd gewaardeerd op 31,3 miljoen euro. Seeds met de Lloyd Werft Bremerhaven geproduceerd de scheepswerven in Wismar, Warnemünde en Stralsund opera onder de naam Lloyd Werft Group en cruiseschepen produceren.  Na aanvankelijke overwegingen om de Stralsunder-scheepswerf onder de Lloyd Werft GmbH te inteeren, heeft de Genting Group in juli 2016, onafhankelijk van de Bremerhaven “Lloyd Group”, de groep bestaande uit de drie Oost-Duitse scheepswerven in Wismar, Rostock en Stralsund Group MV-scheepswerven Gevestigd in Wismar.

Op 26 augustus 2016 presenteerde de scheepswerfgroep hun plannen op de site. Het tekende ook ontwerpcontracten voor luxe cruiseschepen van de Endeavour-klasse met de ijsklasse PC6; De bouw van de eerste van zeven wordt zal in 2017 vanaf 2019 voltooid. Het ordervolume betreft otherhalf miljard euro. Bovendien zijn gemaakt in Rostock en Wismar geleverd in Stralsund. [41]

De inscripties “Volkswerft” en “ie” (voor Detlef Hegemann) op de zijmuren van de scheepsbouwhal worden vertaald door vanaf het voorjaar van 2017 “MV Werften”; De nieuwe eigenaar genting heeft, in tegenstelling tot de vorige eigenaars, niet de traditioneel naam Volkswerft overgenomen.

De bouw van het cruiseschip Crystal Endeavour begon op 15 januari 2018 met de eerste staalsnede. De megayacht met ijsklasse moet volledig op de scheepswerf werd opgericht in Stralsund in 2020 opgeleverd. Het is het eerste contract voor de Stralsund-scheepsbouwers na de overname door de Maleisian Genting Group in het eerste schip van een reeks van drie cruisesschepen voor de eigen rederij Crystal Yacht Expeditions Cruises.  Volgens de scheepswerf zijn ze de grootste megayachts ter wereld met ijsklasse. Bij de start van de bouw waren ongeveer 300 mensen werkzaam op de Stralsunder-scheepswerf. Bovendien zijn vervoerd in Stralsund-secties voor maritieme cruiseship geproduceerd via de Baltische Zee naar de andere MV-werflocaties.